Het Ruimteverdrag van 1967 (Outer Space Treaty) legt de basis: geen land kan de ruimte of hemellichamen als grondgebied claimen, en het plaatsen van kernwapens of andere massavernietigingswapens in een baan is verboden. Conventionele wapens en militair gebruik van de ruimte verbiedt het verdrag níét — daardoor is veel militaire activiteit juridisch een grijs gebied.
Wie er actief is:
- Staten met eigen militaire ruimtecapaciteit — vooral de VS, Rusland en China, daarnaast onder meer Frankrijk, het VK, India, Japan en Israël.
- Bondgenootschappen — de NAVO bezit zelf geen satellieten, maar coördineert wat de lidstaten inbrengen (zie 4.3).
- Commerciële bedrijven — SpaceX (Starlink), Planet, Maxar, ICEYE en vele anderen. Zij leveren beelden, verbindingen en lanceringen, ook aan krijgsmachten. Daardoor zijn commerciële satellieten in een conflict betrokken partij geworden (zie hoofdstuk 9).
Er cirkelen inmiddels ruim tienduizend werkende satellieten om de aarde; het grootste deel daarvan hoort bij één commerciële constellatie (Starlink). Dat maakt de ruimte druk, en elk incident met ruimtepuin raakt iedereen.
Ook Nederland bouwt aan eigen ruimtecapaciteit. Het Defence Space Security Centre (DSSC) van de Luchtmacht beheert de militaire satellieten; de nanosatelliet BRIK-II (2021) was een eerste experiment. Op 23 juni 2025 werd de eerste eigen operationele satelliet gelanceerd: een radarsatelliet (SAR) van het Finse ICEYE, de eerste van vier binnen ongeveer een jaar. Daarnaast laat Defensie twee eigen telescopen bouwen om de ruimte in de gaten te houden, en besloot het in september 2025 tot een eigen kleine constellatie — zodat Nederland minder afhankelijk wordt van buitenlandse beelden en verbindingen.