| Begrip | Betekenis |
|---|---|
| Baan (orbit) | De weg die een satelliet om de aarde aflegt; hoogte en vorm bepalen wat hij kan (zie hoofdstuk 2) |
| LEO / MEO / GEO / HEO | Lage, middelhoge, geostationaire en hoogelliptische baan |
| Bus en payload | Het "platform" (stroom, besturing, motor) en de nuttige lading (camera, radar, zender) |
| Constellatie | Een groep satellieten die samen één dienst leveren, zoals GPS of Starlink |
| Revisit | Hoe vaak een satelliet (of constellatie) hetzelfde punt opnieuw kan waarnemen |
| TT&C | Telemetry, Tracking & Command: de verbinding waarmee een satelliet wordt bestuurd |
| SDA / SSA | Space Domain Awareness (vroeger Space Situational Awareness): weten wat er in de ruimte is en wat het doet |
| Counterspace | Alle middelen om de ruimtesystemen van een tegenstander te verstoren, misleiden of vernietigen |
| ASAT | Anti-satellietwapen; DA-ASAT = direct-ascent (een raket vanaf de grond) |
| RPO | Rendezvous and Proximity Operations: een satelliet die dicht naar een andere manoeuvreert |
| Ruimtepuin (debris) | Brokstukken in een baan; blijven soms decennia hangen en bedreigen iedereen |
Space Academy · Inhoud · Hoofdstuk 1 · §1.3 · English version
§1.3 Kernbegrippen
De woorden die in elk hoofdstuk terugkomen.