Een beeldsatelliet is een telescoop die naar beneden kijkt. Hoe groter de spiegel en hoe lager de baan, hoe scherper het beeld. Maar hij ziet net als je eigen ogen niets door wolken, en zonder zonlicht niets in zichtbaar licht.
In de praktijkCommerciële satellieten met een spiegel van ruim een meter op ± 600 km halen ± 30 cm per pixel: je ziet vliegtuigen, voertuigen en hun schaduwen. Analisten gebruiken die schaduwen om hoogtes te schatten en vergelijken beelden van verschillende dagen om veranderingen te vinden.
De scherpte heet GSD (ground sample distance): hoeveel centimeter grond één pixel beslaat. Natuurkundig wordt die begrensd door de spiegeldiameter, de golflengte en de hoogte:
| Soort beeld | Wat je ziet | Gebruik |
|---|---|---|
| Panchromatisch | Zwart-wit, de hoogste scherpte | Herkennen en tellen van objecten |
| Multispectraal | Enkele kleurbanden, ook nabij-infrarood | Vegetatie, camouflage tegen natuurlijke achtergrond, terrein |
| Hyperspectraal | Honderden smalle banden | Materialen herkennen, bijvoorbeeld verf of netten tegen echte bladeren |
| Thermisch infrarood | Warmte, ook 's nachts | Draaiende motoren, branden, recente activiteit |
Optisch werkt alleen bij daglicht en zonder bewolking; in Noordwest-Europa is het grootste deel van de tijd minstens een deel van de lucht bewolkt. Een satelliet in LEO komt bovendien niet constant over (zie revisit, 2.8). Wie dat weet, plant zijn activiteiten eromheen.