In een lage baan (Low Earth Orbit) zit het overgrote deel van alle satellieten. Dichtbij de aarde zijn is voordelig voor sensoren en verbindingen, maar een satelliet vliegt in enkele minuten over een gebied heen.
| Voordeel | Nadeel |
|---|---|
| Scherpe beelden: de camera is dichtbij | Een satelliet is per overkomst maar enkele minuten boven een punt |
| Weinig vertraging (enkele milliseconden) | Voor continue dekking zijn tientallen tot duizenden satellieten nodig |
| Goedkoper te lanceren, kleinere zenders volstaan | Restatmosfeer remt af: zonder motor daalt een satelliet en verbrandt hij na maanden tot jaren |
Gebruik: aardobservatie (optisch en radar), SIGINT, het ISS, en de nieuwe proliferated constellaties van honderden tot duizenden satellieten, zoals Starlink (± 550 km) en de militaire lagen van de Amerikaanse Space Development Agency (zie 2.8).
Hoe hoger in LEO, hoe langer puin blijft hangen. Op ± 400 km verdwijnt het binnen enkele jaren; op ± 800 km blijft het decennia tot eeuwen. Daarom was de Chinese ASAT-test van 2007 op ± 865 km zo schadelijk (zie 6.2).