Een satelliet in de geostationaire baan (GEO) doet er precies een sterrendag (23 uur 56 min) over om rond te gaan en hangt, gezien vanaf de grond, steeds op hetzelfde punt boven de evenaar. Drie satellieten zien samen vrijwel de hele aarde, behalve de poolgebieden.
- Voordelen: een vaste schotel volstaat; één satelliet bestrijkt ruim een derde van de aarde, continu.
- Nadelen: grote afstand — beelden zijn grover en een signaal doet er heen en terug ruim een halve seconde over; boven ± 75° breedte staat de satelliet te laag aan de horizon of eronder; de baan is druk en schaars, posities worden internationaal verdeeld.
Gebruik: SATCOM (militair en commercieel), weersatellieten, raketwaarschuwing met infraroodsensoren (zoals de Amerikaanse SBIRS), en grote SIGINT-satellieten met enorme antennes. Een satelliet die in GEO is opgebruikt, wordt ± 300 km hoger in een kerkhofbaan geparkeerd.
Omdat GEO-satellieten waardevol, schaars en voorspelbaar zijn, zijn ze een aantrekkelijk doelwit. Satellieten die dichtbij andere GEO-satellieten manoeuvreren — om ze te inspecteren of erger — zijn daarom een belangrijk aandachtspunt (zie 6.3).