Een polaire baan (inclinatie ± 90°) gaat over beide polen; doordat de aarde eronder draait, komt de satelliet na verloop van tijd boven elk punt. Een bijzondere variant is de zonsynchrone baan (Sun-Synchronous Orbit, SSO): op ± 600–800 km hoogte met een inclinatie van ± 98° draait het baanvlak precies mee met de zon. De satelliet komt daardoor steeds op hetzelfde lokale tijdstip over (bijvoorbeeld 10:30 uur).
- Voor optische beelden: steeds dezelfde lichtval en schaduwen, zodat je beelden van verschillende dagen goed kunt vergelijken (change detection).
- Dawn-dusk-SSO: een baan langs de dag-nachtgrens, waar de satelliet bijna altijd in de zon blijft — handig voor radarsatellieten (SAR) die veel stroom gebruiken.
Omdat het overkomsttijdstip voorspelbaar is, weet een tegenstander óók wanneer hij bekeken wordt. Activiteiten verplaatsen naar momenten zonder overkomst, of camoufleren vlak ervoor, is een klassieke tegenmaatregel (zie 10.1).