De bus is het platform: zonnepanelen en batterijen, standregeling (welke kant hij op wijst), een computer, een radio voor besturing (TT&C) en vaak een kleine motor om de baan bij te stellen. De payload is de nuttige lading: een telescoop, een radar, een ontvanger of een zender. Veel satellieten gebruiken een standaardbus met een wisselende payload — de militaire Starshield-satellieten gebruiken bijvoorbeeld de bus van Starlink.
| Grootte | Massa | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Cubesat / nanosatelliet | 1–10 kg | Experimentele satellieten, zoals de Nederlandse BRIK-II |
| Kleine satelliet | 10–500 kg | Commerciële radarsatellieten, Starlink-achtige constellaties |
| Grote satelliet | 500 kg – meerdere tonnen | Geostationaire communicatie- en waarschuwingssatellieten |
Een satelliet die vaak manoeuvreert — om puin te ontwijken, beter te kijken of dicht bij een andere satelliet te komen — verbruikt brandstof. Ongewone manoeuvres zijn daarom een belangrijke aanwijzing voor analisten (zie 10.3).